Iedereen is wel eens bang. Maar sommige kinderen zijn eerder bang dan andere kinderen. En angst hangt met de leeftijd samen. Een kleuter weet bijvoorbeeld nog niet heel goed het verschil tussen iets wat echt is en wat fantasie is.
Hoe herken je angst bij je kind?
-
Je kind heeft een lichamelijke reactie, bijvoorbeeld: veel buikpijn, een wit gezicht, huilen, trillen, klamme handen, schrikken, weer in bed gaan plassen.
-
Je kind gaat angstige situaties uit de weg. Hij verzint smoesjes, vermijdt bepaalde situaties of rent weg.
-
Je kind droomt veel. En hij kan of wil niet slapen.
-
Hij durft niet (meer) alleen te zijn.
-
Je kind is veel met een gebeurtenis bezig. Hij speelt bijvoorbeeld enge situaties na.
-
Je kind kan niet rustig zitten spelen, is snel boos of afgeleid.
-
Hij verstopt zijn angst onder stoer gedrag. Of hij is koppig, driftig of agressief.
Hoe ga je om met de angst van je kind?
Houd rekening met de wensen, onzekerheden en angsten van je kind. Dat is goed voor zijn zelfvertrouwen.
-
Bijvoorbeeld door nog even bij hem te kijken als hij in bed ligt, omdat hij dat zo gezellig vindt.
-
Of door begrip te tonen dat hij verlegen wordt als er vreemde mensen op bezoek komen. Laat hem eerst rustig wennen. Hou je rekening met zijn verlegenheid? En geef je hem de kans om stap voor stap te wennen? Dan wordt zijn angst steeds minder.
Is je kind erg bang?
-
Neem dan zijn angst serieus. Dat is het beste wat je kunt doen om hem meer zelfvertrouwen te geven. Je steunt je kind en dat maakt zijn angst al wat minder.
-
Pas daarna ga je kijken of er een reden is om bang te zijn.
-
Samen verzinnen jullie een oplossing. Is je kind bijvoorbeeld bang in het donker? Dan kun je hem een zaklantaarn geven, waarmee hij zelf licht kan maken. Als je kind merkt dat hij zelf iets aan zijn angst kan doen, dan krijgt hij meer zelfvertrouwen.
Handig om te weten
Alle kinderen hebben steun en aanmoediging nodig om zich te ontwikkelen. Maar niet allemaal evenveel. Het ene kind is minder bang dan het andere. Dat komt door zijn karakter.