Kinderen kunnen gedurende bepaalde perioden angstig zijn. Dit uit zich bijvoorbeeld in bang zijn voor nieuwe dingen of bang zijn een onvoldoende te halen.
Waar is je kind bang voor?
Sociaal angstige kinderen vinden het moeilijk om zich te mengen tussen andere kinderen. En ze zijn vooral bezig met bedenken hoe andere pubers over hen denken, over hun uiterlijk en hun houding. Sommige pubers zijn bang dat er oorlog uitbreekt of een natuurramp plaatsvindt. Ook kunnen pubers bang zijn dat ze een enge ziekte hebben.
Hoe herken je angst?
-
Je puber heeft lichamelijke reacties, zoals buikpijn, hoofdpijn, uitslag, gebrek aan eetlust.
-
Je kind vermijdt bepaalde situaties waarvoor hij bang is, bijvoorbeeld naar feestjes gaan.
-
Je kind kan zich niet concentreren, kan niet slapen, is schrikachtig, nerveus en snel boos.
-
Je kind is veel met een bepaalde gebeurtenis bezig: hij verdiept zich extreem veel in een natuurramp of andere enge gebeurtenis.
Soorten angst
-
Kinderen die hun eigen behoeften, wensen en belangen niet goed weten te uiten, zijn sociaal angstig. Ze zijn gesloten en hebben weinig sociale contacten. Ze zijn vaak niet zo sterk in sociale vaardigheden.
-
Sommige kinderen hebben last van faalangst: ze zijn bang om fouten te maken en ze zijn bang voor mislukking.
-
Ook kunnen pubers bang zijn voor natuurrampen, oorlog.
-
Of ze denken dat ze een enge ziekte hebben of krijgen.
Wat kun je als ouder doen?
-
Je kunt als ouder je kind helpen door hem veel positieve aandacht te geven: zijn initiatieven benoemen en positief waarderen. Daardoor ontwikkelt je kind een positiever zelfbeeld en meer zelfvertrouwen.
-
Erken en accepteer de angst van je kind. En neem de angst serieus.
-
Stimuleer je kind om succeservaringen op te doen. Lukt iets niet meteen, waardeer dan wel de poging die hij doet.
-
Laat je kind deelnemen aan de sociale-vaardigheidstraining of een weerbaarheidstraining.
-
Spreek je vertrouwen in je kind uit.
-
Stimuleer je kind zelf dingen te ondernemen. Ook dingen die hij moeilijk vindt.