Beroepsonderwijs

Bookmark and Share

Na het vmbo kan je kind doorstromen in het middelbaar beroepsonderwijs (het mbo). Vanwege de kwalificatieleerplicht, moeten kinderen na het vmbo nog minimaal een mbo-diploma op niveau 2 behalen. Daarna moet je kind voldoen aan de werkleerplicht. Dit betekent dat hij moet werken of doorstuderen.

Middelbaar beroepsonderwijs

Er zijn wel honderden verschillende mbo-opleidingen. Veel vmbo-scholieren gaan daarom naar open dagen om een leuke studierichting te kiezen. De studierichtingen op het mbo zijn:

  • bouw en industrie
  • techniek
  • creatief en grafisch
  • aarde en milieu
  • dieren
  • rechten en bestuur
  • voeding en horeca
  • vervoer en logistiek
  • toerisme
  • economie
  • zorg en opvoeding

Niveaus

Alle mbo-opleidingen worden op verschillende niveaus aangeboden. Eigenlijk net zoals er in het vmbo ook 4 verschillende leerwegen zijn. De leerwegen in het vmbo en de niveaus op het mbo sluiten op elkaar aan. Mbo-opleidingen kennen de volgende 4 niveaus:

  1. assistent beroepsbeoefenaar
  2. medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  3. zelfstandig medewerker / zelfstandig basisberoepsbeoefenaar
  4. middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar

Wanneer je kind een mbo-opleiding op minimaal mbo-2 heeft afgerond, kan je kind natuurlijk een leuke baan zoeken. Met niveau 4 is het ook mogelijk door te stromen in het hoger beroepsonderwijs (het hbo).

Speciaal beroepsonderwijs

Er zijn speciale instituten voor beroepsonderwijs. Hier kunnen jongeren met een handicap naartoe, die niet terecht kunnen in het reguliere beroepsonderwijs. Jongeren kunnen bij deze instituten een erkend vmbo-diploma of een erkend mbo-diploma behalen.