Blowen is het roken van hasj en wiet in een stickie of joint. Hasj en wiet worden ook wel genoemd: cannabis, hennep, hasjiesj of marihuana. Sommigen verwerken het wel eens in taart (space-cake).
Cannabis (hasj en wiet) is de meest gebruikte drug onder jongeren. Toch heeft 4 van de 5 jongeren nog nooit geblowd. Jongeren zelf denken dat minstens 80 procent blowt.
Praat er samen over
Vertel je kind over blowen. Zo weet hij, wat er kan gebeuren als hij blowt.
-
Als je kind blowt, worden zijn spieren slapper. Je kind kan zich minder goed concentreren. Hij wordt vergeetachtig. En hij ziet de dingen anders dan ze zijn.
-
Van blowen kan je kind onverschillig worden. Het maakt hem dan allemaal niet meer uit.
-
Blowt je kind vaak? Dan kan hij het minder goed gaan doen op school of op zijn werk. Als je kind veel blowt, dan kan hij ook geestelijk afhankelijk raken.
-
Sommige jongeren blowen om in een roes te komen. Ze vinden het fijn om bijvoorbeeld niet te hoeven nadenken over problemen. De werkelijkheid lijkt wat verder weg.
Je kind blowt, wat nu?
Als ouder ben je bezorgd over het eventuele drugsgebruik van je kind. Denk je dat je puberende kind wel eens blowt, dan kun je dat bijvoorbeeld zo aankaarten: "Je blowt wel eens hè, waarom doe je dat?"
-
Je kind praat er eerder over als je luistert en niet meteen je oordeel geeft.
-
Het gesprek verloopt beter als je betrokkenheid toont en open blijft staan voor de meningen en ervaringen van je kind.
-
Je hebt het recht grenzen te stellen: wat laat je wel toe, wat niet. Maak afspraken die voor beide partijen haalbaar zijn. En maak ook duidelijk wat de consequenties zijn als de grenzen overschreden worden.
Praten met een ander
Het kan moeilijk zijn om over drugs met je kind te praten. Dan kun je misschien iemand anders uit je omgeving inschakelen. Een geliefde leraar, buurvrouw, buurman, oom of tante bijvoorbeeld. Deze persoon kan met je kind afspreken wat je wel of niet mag terughoren van dat vertrouwelijke gesprek.
Verslaving aan hasj of weed
Als iemand vaak en veel gebruikt kan hij verslaafd raken aan hasj of weed. Dit kan zowel geestelijk als lichamelijk zijn. Bij geestelijke afhankelijkheid verlangt de persoon steeds sterker naar het middel en voelt zich eigenlijk niet meer prettig zonder. Lichamelijke afhankelijkheid houdt in dat het lichaam protesteert wanneer het gebruik stopt. Dit noem je ontwenningsverschijnselen. Mensen die veel en vaak cannabis gebruiken, kunnen bij stoppen last krijgen van slapeloosheid, somberheid, concentratieproblemen en andere klachten.