Kinderen zijn de hele dag door bezig met leren.
-
Terwijl ze spelen en van alles uitproberen nemen ze kennis op, gaan ze steeds meer onthouden en krijgen ze vaardigheden onder de knie.
-
Of je kind leert iets door jou na te doen of iets samen met je te doen. Belangrijk is dat je je kind uitleg en informatie geeft.
Hoe je kind zich verstandelijk zal ontwikkelen, is nog niet zo gemakkelijk te voorspellen. Ieder kind leert in zijn eigen tempo.
Groep 1 en 2
Je kind heeft nog veel fantasie. Zijn gedachten kloppen niet altijd met de werkelijkheid. Daarom is een kleuter nog te jong voor echte leervakken op school. Leren doet je kind op een speelse manier heel erg veel.
-
Bijvoorbeeld door dingen uit te proberen. En ook door veel te vragen.
-
Bijvoorbeeld over oorzaak en gevolg: "Als je het water daar in doet, gaat het wiel draaien."
-
Je kind gaat sorteren wat bij elkaar hoort: bijvoorbeeld alle blauwe dingen en alle rode dingen bij elkaar. Dan kan je kind dat tellen.
-
Je kind gaat nu één-voor-één tellen en leert soms al enkele cijfers.
-
Je kind ontdekt wat je allemaal met schrijven kunt: een kaartje maken, boodschappenlijst, je naam ergens opzetten. En al doende leert je kind dat er letters zijn.
Aan het eind van groep 2 bekijkt de school of je kind over mag naar groep 3.
Groep 3, 4 en 5
Tussen 6 en 9 jaar leren kinderen geleidelijk aan lezen, schrijven en rekenen.
-
Je kind kent letters, cijfers en leert symbolen als +, -, x.
-
Je kind kan steeds beter rekenen. En gaat logisch denken: "Wat gebeurt er als ik dat doe?"
-
Ook het vermogen van je kind om verbanden te leggen, wordt groter.
-
Je kind kan zich verder steeds beter dingen in gedachte voorstellen. Je kind wil bijvoorbeeld iets gaan tekenen en ziet dan voor zich wat hij zou willen tekenen. Of je kind gaat een verhaaltje schrijven en bedenkt dan eerst wat er in komt.
Groep 6, 7 en 8
Kinderen leren steeds beter zelfstandig werken en zelf problemen oplossen. Ze krijgen ook een bredere interesse en het geheugen groeit verder.
-
Het vermogen om abstract te denken groeit. Nu gaat je kind bijvoorbeeld steeds ingewikkelder symbolen snappen: op de spelcomputer betekent een bepaald tekentje 'springen' en een pijl geeft de richting aan.
-
Kinderen verzinnen ook zelf symbolen en kunnen plattegrondjes tekenen. Dit heeft al te maken met wiskunde.
-
Je kind kan nu eigenlijk ieder schoolvak leren. Maar hoe snel dit gaat, hangt ook af van zijn aanleg. Sommige kinderen leren gemakkelijker dan andere kinderen.
-
Wat je thuis doet heeft ook invloed. Activiteiten als voorlezen, uitstapjes, gezelschapsspelletjes, op de computer werken, zijn goed voor de denkontwikkeling van je kind.
-
Geef je kind ook kans om dingen te ontdekken, geef antwoord op vragen van je kind en praat veel met elkaar.