Je kind maakt veel mee op een dag. Alle gebeurtenissen en ervaringen van overdag worden 's nachts verwerkt tijdens het dromen. Misschien wordt je kind soms huilend of paniekerig wakker van een akelige droom. Als je kind wat ouder wordt, gebeurt dat steeds minder.
Tips
-
Misschien vind je kind een nachtlampje fijn? Kleuters vinden dit vaak prettig. Als je kind wat ouder is, wil je kind dit waarschijnlijk niet meer.
-
Is je kind bang in zijn kamer? Kijk dan samen eens goed rond en praat erover waar je kind bang van kan worden. Bewegen er schaduwen van buiten over de muren? Ziet een pop er in het halfdonker misschien eng uit? Ook de wind kan voor enge geluiden zorgen. Bekijk of je iets tegen die enge geluiden kunt doen. Een tochtstrip plaatsen bijvoorbeeld.
Nachtmerries
Iedereen heeft wel eens een nachtmerrie. Je kind wordt dan wakker en herinnert zich die enge droom. Misschien is je kind bang.
-
Blijf rustig, troost niet uitgebreid en ga niet op de enge droom in.
-
Je kunt er wel de volgende dag over praten. Maar maak er geen probleem van.
-
Vertel dat je zelf ook wel eens een enge droom hebt.
-
Als je kind wat ouder wordt, en beter het verschil tussen fantasie en werkelijkheid kent, kun je er misschien samen over lachen.
Nachtangsten
Bij nachtangsten zit je kind rechtop met opengesperde ogen en gilt van angst. Ze komen voor bij kinderen van 4 tot 7 jaar en gaan meestal vanzelf weg. Ze komen meestal rond hetzelfde tijdstip terug: een half uur tot 3 uur na het inslapen.
-
Houd je kind vast totdat hij weer rustig is. Dan gaat hij weer verder slapen.
-
Maak je kind niet wakker. Daarvan raakt hij in de war. Tegen hem praten heeft geen zin.
-
Nachtangsten zijn niet erg. De volgende morgen herinnert hij zich niets meer van een akelige droom.