Drugsmisbruik en verslaving

Bookmark and Share

Naast alcohol kunnen ook drugs een grote aantrekkingskracht op jongeren uitoefenen.

Effecten van drugs

Drugs hebben verschillende effecten op de gebruiker, bijvoorbeeld kalmerend, stimulerend, verdovend of bewustzijnveranderend.

Experimenteren mag?

In eerste instantie lijkt het misschien niet zo erg als je kind een keer experimenteert met drugs. Maar voor bepaalde (kwetsbare) groepen zijn de risico's groter. Bijvoorbeeld voor jongeren, licht verstandelijk gehandicapten en kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen.

Wanneer is er sprake van misbruik of verslaving?

Bij misbruik kan een kind vaak nog goed zonder een middel, maar misdraagt hij zich regelmatig onder invloed van drugs. Bijvoorbeeld door onder invloed aan het verkeer deel te nemen, agressief te zijn of (seksuele) grenzen over te gaan. Soms kan het helpen om te praten met je kind en grenzen te stellen. Als dat niet lukt is het goed om hulp te zoeken.

Verslaving houdt in dat je niet meer wilt gebruiken, maar het gevoel hebt dat je wel moet. Je bent dus afhankelijk geraakt. Dit is niet altijd makkelijk te zien. Sommige signalen kunnen ook door de puberteit veroorzaakt worden.

Geestelijke afhankelijkheid

Bij geestelijke afhankelijkheid verlangt de gebruiker steeds sterker naar het middel en voelt zich eigenlijk niet meer prettig zonder. Dit speelt met name bij mensen die regelmatig gebruiken, bijvoorbeeld wekelijks of dagelijks. Dit geldt nog sterker wanneer iemand gebruikt om de werkelijkheid te ontvluchten, bijvoorbeeld om problemen te vergeten. Geestelijke afhankelijkheid kan bij bijna alle middelen optreden. Zowel bij cannabis als bij alcohol, speed, cocaïne, XTC, GHB, heroïne en (in mildere vorm) bij koffie.

Lichamelijke afhankelijkheid

Bij lichamelijke afhankelijkheid protesteert het lichaam wanneer het gebruik stopt. Dit noem je ontwenningsverschijnselen. Bij alcohol, heroïne, methadon en GHB kunnen deze heel heftig zijn. Veel drugs, zoals cocaïne, XTC, speed en cannabis geven géén of milde ontwenningsverschijnselen. Stoppen kan dan toch erg moeilijk zijn vanwege de geestelijke afhankelijkheid.

Signalen

Er zijn veel signalen die kunnen wijzen op middelengebruik. Let bijvoorbeeld op:

  • gedragsveranderingen;
  • oneerlijk zijn over gebruik;
  • geheimzinnig doen;
  • stoppen van gebruik uitstellen;
  • steeds meer en of vaker gebruiken;
  • doorgaan met gebruiken ook al nemen nadelen toe;
  • andere dingen opzij zetten om te kunnen gebruiken (stoppen met hobby's);
  • geldproblemen.
  • andere vrienden dan voorheen;
  • op school gaat het slechter;
  • stemmingswisselingen en prikkelbaarheid;
  • onsamenhangend praten;
  • 's avonds opeens onverklaarbaar veel eetlust;
  • rode ogen en/of verwijde pupillen;
  • rare geurtjes (zoetige hasjlucht, oplosmiddelen);
  • hoesten en de neus ophalen (bij cocaïnegebruik).

Wat kun je doen?

Als deze signalen je bekend voorkomen en je vermoedt dat je kind drugs gebruikt, dan is het goed om het drugsgebruik van je kind bespreekbaar te maken.

Als je nog twijfelt, kun je ook mensen in je omgeving raadplegen: hebben familie, vrienden of school ook signalen gekregen?