In alle drugs zitten stoffen die je hersenen prikkelen. Deze prikkels zorgen voor geestelijke en lichamelijke effecten.
Stimulerende middelen
Van deze middelen krijgt je kind het gevoel dat hij meer energie heeft. En dat hij sneller kan reageren. Bijvoorbeeld: tabak (hier zit nicotine in), koffie (hier zit cafeïne in), cocaïne en speed.
Verdovende middelen
Deze middelen zorgen ervoor dat je kind slaperig wordt. Hij is minder alert. Bijvoorbeeld: cannabis (hasj en wiet) en heroïne.
Bewustzijnsveranderende middelen
Deze middelen hebben invloed op de stemming van je kind. Hij ziet de wereld anders dan dat hij in het echt is. Je kind ziet dingen die er niet zijn. Bijvoorbeeld: cannabis, LSD en paddo's.
Middelen die gemengde effecten geven
Deze middelen kunnen meer dan één effect geven. Je kind wordt bijvoorbeeld minder alert. Maar hij ziet ook dingen die er niet zijn. Bijvoorbeeld: XTC en cannabis.
Gemengd effect
Het onderscheid naar werking is niet altijd scherp te maken. Sommige middelen hebben een gemengd effect. XTC is bijvoorbeeld oppeppend, maar verandert ook de waarneming. Hasj en wiet kunnen (afhankelijk van de dosis en de situatie) behalve bewustzijnsveranderend ook versuffend werken. Hasj en wiet werken naast verdovend ook hallucinogeen.
Het Trimbos instituut heeft meer informatie over de effecten van drugs.