Als je kind (negatieve) faalangst heeft, laat je merken dat jij gelooft dat iets wel lukt. Let niet te veel op wat niet lukt. Reageer positief op wat je kind probeert, ook al lukt het niet. Je kunt tegen je kind zeggen dat het altijd goed genoeg is als hij zijn best doet.
Wat ging er wel goed?
Kinderen met faalangst kijken meestal alleen naar wat niet goed gaat.
-
Je kunt tegen je kind zeggen: "Je noemt 2 dingen die niet goed gingen, noem er eens 2 die wel goed gingen?" Zo neem je de faalangst serieus en geef je je kind de mogelijkheid om een beetje anders te gaan denken.
-
Laat je kind dit zelf doen, want als je voor je kind gaat denken, versterk je misschien de gedachte 'zie je wel, ik kan het niet alleen'.
Vertrouwen
Het is belangrijk om positieve verwachtingen te hebben: "Het gaat je lukken!"
-
Zeg dat je merkt dat je kind iets lastig vindt, maar versterk niet het negatieve gevoel van het kind.
-
Laat geen bezorgdheid merken, maar straal vertrouwen uit.
-
Geef je kind regelmatig complimenten als hij iets doet wat hij moeilijk vindt. En als je kind niet opgeeft maar blijft proberen.
-
Reageer niet negatief als iets niet lukt.
Situaties
Zorg dat je kind in situaties komt, waarin hij succesvol kan zijn.
-
Laat zien dat je interesse hebt voor wat je kind op school doet.
-
Doe ook activiteiten waarbij presteren onbelangrijk is. Bijvoorbeeld creatieve activiteiten zoals schilderen of picknicken.
Help je kind om het zelf te doen
Begeleid je kind zo nodig bij moeilijke situaties. Maar doe dat wel zo dat je kind het daarna weer zelf kan.
-
Een moeilijke taak, bijvoorbeeld een spreekbeurt maken, kun je samen met je kind indelen in overzichtelijke stapjes. Vertel na ieder 'stapje' dat het goed gaat.
-
Geef zelf het goede voorbeeld: laat zien dat jij iets wat je moeilijk vindt toch aanpakt.
Faalangst niet versterken
Wees niet te beschermend en probeer niet alles voor je kind op te lossen. Dat versterkt faalangst juist.
-
Zeg niet tegen je kind dat hij spontaan, perfect of flink moet zijn. Want dat kan niet. Niemand is perfect.
-
En je kunt niet flink of spontaan zijn als je je niet zo voelt.
-
Maar geef je kind niet het idee of gevoel dat je het een probleem vindt.
Bespreken
Je kunt de faalangst van je kind gewoon met hem bespreken, dat kan zelfs al bij kleuters.
-
Laat je kind daarbij merken dat je het serieus neemt, dat het niet raar is en dat het goed komt.
-
Bespreek de faalangst van je kind ook met de leerkracht. Op school moet je kind vaak laten zien wat hij kan. De leerkracht kan je kind ook op verschillende manieren positief begeleiden.
Hulp zoeken
In overleg met je kind kun je besluiten om een faalangsttest te laten doen. Leg goed uit dat het geen prestatietest is, maar gewoon een manier om te kijken of hij faalangst heeft. En of het zinvol is om positiever en rustiger te leren denken in voor hem moeilijke situaties.
Je kunt via de intern begeleider, mentor of zorgcoördinator op school afspraken maken over een af te nemen test. Er worden ook cursussen over faalangst georganiseerd, waar je kind aan mee kan doen.