Jonge kinderen kunnen nog niet zo goed onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Dit loopt nog vaak door elkaar. Als iemand 'tijger' speelt, kan een peuter opeens echt bang worden. De ander is dan een tijger. Je kind onderscheidt niet altijd wat echt is en niet echt is. Alles lijkt nog te kunnen.
Magisch denken
Kinderen vullen wat ze nog niet weten aan met hun eigen fantasie. Dit wordt ook wel 'magisch denken' genoemd. Je kind kan van alles verzinnen en speelt ook de werkelijkheid na: een lepel is een microfoon, de knuffelhond een echte hond. Fantasiespel is een prima manier om nieuwe dingen te onderzoeken en zich in te leven in iemand anders.
Meespelen
Het leukste is om gewoon met je kind mee te spelen. Als hij je een bordje 'macaroni' geeft, dan doe je net alsof je het opeet. Je complimenteert hem met het lekkere eten dat hij gemaakt heeft. Ook kan het goed zijn je kind in zijn spel te observeren. Je kind vindt het vast leuk om een verkleedkist te hebben, waarin je een oude jurk, een jasje, hoeden en petten en sjaals stopt.
Vaak kun je uit de manier van spelen begrijpen wat er in je kind omgaat. Door met hem mee te spelen kun je inzicht krijgen in zijn gedachten.
Fantasie kan angst worden
Omdat kinderen het nog moeilijk vinden om fantasie en werkelijkheid uit elkaar te houden, kunnen ze ook angstig worden. Want heel veel dingen begrijpt hij nog niet. Als je zegt "Het hele huis staat op zijn kop", kan hij daar best van schrikken. Soms duurt het even voordat je begrijpt waarom je kind zo moet huilen. Neem die peuterangsten wel serieus. Grapjes over dingen waar je kind bang voor is, snapt hij meestal niet. En dan blijft hij langer bang.