Als je kind uit huis gaat en je merkt dat het vinden van een studentenkamer erg lastig of prijzig is, dan kun je overwegen om een woonruimte voor hem te huren of te kopen. Kopen is natuurlijk een risicovolle, maar misschien ook een verstandige investering.
Huren
Een huis huren is veel simpeler en makkelijker dan een huis kopen. Je zit niet aan het huis vast en je hebt geen onderhoudskosten. Wanneer je kind een woonruimte heeft gevonden, is het verstandig om hem maandelijks het geld te geven voor de huur. Je kind kan het beste zelf de huurder zijn van de woning, zodat je kind 'uitwonend' is. Op deze manier kan hij zich inschrijven in zijn woongemeente. Uitwonende kinderen krijgen ook meer studiefinanciering van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
Kopen
Er zijn verschillende manieren waarop je als ouder een huis voor je kind kan kopen. Dat heeft te maken met de manieren waarop je je kind het geld geeft om de financiering van het huis te regelen. Bijvoorbeeld een 'huis ter beschikking stelling', een 'schenking', een 'borgstelling', een 'onderhandse lening' en een 'hypotheek'. Hiertussen zitten soms grote verschillen. Dat kan een hoop geld schelen of kosten. Daarnaast wil je als ouder de zekerheid dat je geld goed terecht komt en dat je zo weinig mogelijk risico's loopt. Het is erg verstandig om je mogelijkheden en risico's uitvoerig te bespreken met je belastingadviseur. Het gaat namelijk vaak om ingewikkelde procedures waar je veel belastingtechnische kennis voor nodig hebt.
Verhuren
Als je een huis hebt gekocht voor je kind, dan is er misschien genoeg woonruimte over om nog een andere student of kennis daar te laten wonen. Je verhuurt dan je woonruimte. Voor de wet- en regelgeving betreffende particuliere verhuur kun je het beste informatie opvragen bij de gemeente waar de woning staat.