Omgaan met gevoelens

Bookmark and Share

Ieder mens, en dus ook ieder kind, heeft gevoelens. En hij kan ze ook laten zien.

  • Is je kind blij als hij een ander kind ziet? Dan lacht hij en gaat hij naar dat kind toe. En hij maakt contact.
  • Heeft je kind verdriet? Dan huilt hij of kruipt hij weg. Hierdoor weet jij, dat er iets aan de hand is. En dan kun je hem helpen.

De gevoelens van je kind

Gevoelens sturen het gedrag van je kind. Want zonder die gevoelens weet je kind niet wat hij moet doen. Je kind heeft recht op zijn eigen gevoelens. Maar je kind moet wel leren om zijn gevoelens op een goede manier te uiten.

Weet je kind niet goed hoe hij met zijn gevoelens om moet gaan? Dan kan zijn gedrag voor problemen zorgen. En dan heeft hij hulp nodig. Voor probleemgedrag zijn verschillende redenen.

Gevoelens herkennen

  • Benoem het gevoel van je kind al, als hij heel jong is. "Wat een verdriet. Heb je je pijn gedaan?" Of: "Je kijkt zo bang. Ben je geschrokken?"
  • Luister goed naar je kind. Dan kun je zijn gevoelens goed begrijpen en bespreken. Zeg bijvoorbeeld: "Ik begrijp dat je heel boos werd op de juf toen jíj de klas uit moest, terwijl Erica zat te kletsen."
  • Leg eventueel ook uit wat de andere kant van het verhaal is. Juf heeft bijvoorbeeld niet goed gezien of gehoord wat er gebeurde.
  • Kan je kind zijn gevoel niet goed uitspreken? Doe dat dan voor hem. Soms weet je kind niet of hij nou boos, bang, of eigenlijk heel verdrietig is.

Gedrag

Hoe je kind zijn gevoel laat zien, hangt onder meer samen met zijn aard, de situatie en de cultuur.

  • De aard van je kind. Het ene kind is eerder blij of boos dan het andere kind. Dat is niet erg.
  • De situatie. Op de tribune bij een voetbalwedstrijd kun je blijheid sterker laten zien dan in de klas.
  • De cultuur waarin je kind opgroeit en woont. Bijvoorbeeld: in sommige landen wordt jongens geleerd om niet te huilen als er iets is. In steden wordt het normaler gevonden dat jongens elkaar kussen in het openbaar dan in sommige traditionele dorpen.