Eén van de lastigste dingen van ouder zijn, is dat je soms geen vat lijkt te krijgen op je kind, ook al doe je heel erg je best.
Zo kan het zijn dat je in wezen alles goed doet: je luistert naar je puber, praat en overlegt met hem, geeft aandacht en complimenten en stelt grenzen, maar toch lijkt het niet te werken. Dan ga je vaak toch aan jezelf twijfelen, je kind merkt dat en reageert erop. Zo kun je in een negatieve spiraal terecht komen, waardoor de relatie tussen jou en je puber niet beter lijkt te worden.
Elk kind is uniek
Bij opvoeding zijn nu eenmaal altijd tenminste 2 partijen betrokken: de ouder en het kind. Pubers kunnen ook zo hun problemen hebben, waardoor ze extra lastig op te voeden zijn. Het ene kind steekt nu eenmaal anders in elkaar dan het andere. Sommige kinderen neigen meer tot het vertonen van probleemgedrag dan andere. Dat maakt ze nog geen mindere mensen, elk kind is uniek en eigen. Maar het is voor jou als ouder wel moeilijker om een puber op te voeden die probleemgedrag vertoont.
Niet alleen kun je zelf last hebben van het gedrag van je kind, mensen uit de omgeving kunnen ook negatief of betweterig reageren. Dat kan heel vervelend zijn.
Centrum voor Jeugd en Gezin
Er zijn veel soorten lastig gedrag waar je mee te maken kunt krijgen. Sommige problemen stellen hoge eisen aan je opvoederschap, je kunt daarom extra steun en hulp te zoeken in je omgeving of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).