Rodehond wordt veroorzaak door een virus, dat alleen bij mensen voorkomt. Besmetting vindt plaats via druppeltjes in de lucht, bijvoorbeeld bij hoesten en niezen. Wie een rodehond infectie heeft, steekt gemiddeld zeven tot acht andere mensen aan. Een besmette moeder kan via de placenta haar ongeboren kind besmetten.
Ziekteverschijnselen
-
Ongeveer de helft van de besmette personen heeft nergens last van.
-
Vlekkerige, rozerode huiduitslag, beginnend in het gezicht en snel uitbreidend naar bovenlijf, armen en benen.
-
Bij oudere kinderen en volwassenen ook griepachtige verschijnselen en opgezette lymfeklieren achter het oor en in de nek.
-
Gewrichtspijn, vooral bij oudere meisjes en vrouwen.
Vaccinatieschema
Je kind wordt tegen rodehond ingeënt als hij 14 maanden is en als hij 9 jaar is. De vaccinatie is onderdeel van het combinatievaccin BMR, dat behalve tegen rodehond ook tegen bof en mazelen beschermt.
De BMR-prik wordt onderhuids in de bovenarm gegeven. De 2 BMR-prikken samen zorgen voor levenslange bescherming tegen rodehond.