De stap naar het voortgezet onderwijs is een belangrijke stap voor je kind, en waarschijnlijk ook voor jou als. Belangrijk is om een school te vinden bij het niveau van je kind. Maar kies ook een school waar je kind zich thuis voelt en waar je vertrouwen in hebt.
Openbaar en bijzonder onderwijs
In Nederland zijn openbare scholen en bijzondere school.
-
Op een bijzondere school is het onderwijs gebaseerd op een religieuze of levensbeschouwelijke visie.
-
De Vrije School is bijvoorbeeld gebaseerd op de antroposofie.
-
Sommige openbare scholen werken volgens bepaalde opvoedings- en onderwijsmethoden: Montessori, Jenaplan, Freinet en Dalton.
Alle scholen worden door de overheid gefinancierd. Ze moeten zich allemaal houden aan wetten en regels.
-
Bijzondere scholen worden bestuurd door een vereniging of een stichting.
-
Openbare scholen door het gemeentebestuur of een bestuurscommissie die de gemeente heeft ingesteld.
Wat hoort bij het voortgezet onderwijs?
Aan het einde van de basisschool kies je samen met je kind voor één van de soorten voortgezet onderwijs. Je krijgt advies van de leerkracht en meestal is er een eindtoets (Cito-toets) gedaan. Op basis daarvan kies je samen met je kind het schoolniveau.
-
Praktijkonderwijs
-
Vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs)
-
Havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs)
-
Vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)
Voor de meeste scholen is een minimumscore van de Cito-toets en/of een passend advies van de basisschool nodig. Ook zijn er scholen die meer aanmeldingen hebben dan plaatsen. Er wordt dan bijvoorbeeld geloot.