De HPV-vaccinatie beschermt tegen baarmoederhalskanker en wordt vanaf 2009-2010 aan meisjes vanaf 12 jaar gegeven.
Besmetting
Vrouwen kunnen baarmoederhalskanker krijgen na een infectie met HPV, het 'humaan papillomavirus'. Dat virus wordt meestal tijdens seks overgebracht. Huidcontact in de schaamstreek is voldoende. Maar dit kan ook via de huid van je handen en vingers. Vrouwen worden als tiener vaak al ongemerkt besmet.
Baarmoederhalskanker
Zeker 80 procent van de mensen (met seksuele contacten) heeft wel eens een HPV-infectie gehad. Meestal verdwijnt het virus vanzelf weer uit het lichaam, maar soms niet. Er zijn geen medicijnen tegen. Het virus kan in de baarmoederhals cellen aantasten en zo kan kanker ontstaan.
Elk jaar krijgen ongeveer 600 vrouwen in Nederland baarmoederhalskanker. Vanaf de besmetting duurt het meestal 15 jaar of langer voordat een vrouw de ziekte krijgt. Ongeveer 200 vrouwen overlijden er elk jaar aan.
De HPV-inenting
Er zijn minstens 13 typen HPV die kanker kunnen veroorzaken. Tegen de 2 meest gevaarlijke is de HPV-inenting. Het inenten heeft het meeste zin bij meisjes die nog geen seks hebben gehad. De inenting bestaat uit 3 prikken. Eén maand na de eerste prik wordt de tweede prik gegeven. De derde prik komt een half jaar na de eerste. Pas na de derde prik is een meisje beschermd tegen baarmoederhalskanker. Meer informatie kun je vinden op de website van het Rijksvaccinatieprogramma.
Prik en bescherm
Over de HPV-inenting doen veel griezelige verhalen de ronde. Deze verhalen zijn meestal niet waar. Op de website van Prik en Bescherm lees je hoe het echt zit.