Vaste voeding

Bookmark and Share

Na een maand of 6 kan je baby langzamerhand vaste voeding gaan eten. Je kunt nu al beginnen met allerlei soorten voeding. Wanneer je zoveel mogelijk verschillende dingen uitprobeert, went je baby aan allerlei smaken. Maar pas wel goed op, baby's mogen nog niet alles eten.

Vanaf 6 maanden

Je baby krijgt nu nog borstvoeding of opvolgmelk. Je kunt beginnen met oefenhapjes. Het eerste hapje is vaak een geprakt groente- of fruithapje, of pap met een lepel. Wat kleine stukjes brood zonder korst, een beetje geprakte aardappel, rijst of bijvoorbeeld een hapje gemalen vlees of vis kan ook.

Als je kind nog geen 6 maanden oud is, kun je hem beter geen voeding geven waar gluten in zit, zoals brood, papgranen, pasta en koekjes die als basis harde tarwe hebben. Kinderen kunnen intolerant zijn voor gluten.

Pap

Je kunt pap maken met warme opvolgmelk. Je kunt het best beginnen met fijnere soorten papgranen, zoals meel of bloem. Later kun je de wat grovere soorten gebruiken. Je kunt pap in een fles geven, maar je kunt het ook eens proberen met een lepeltje. Je kind kan hierdoor leren kauwen.

Vanaf 7 maanden

Je kind krijgt nog volledige melkvoeding en hij krijgt kleine oefenhapjes. Je kunt er nu ook een broodkorst bij geven. Zo leert je kind kauwen, ook als hij nog geen tanden en kiezen heeft. Hij bijt en sabbelt met z’n kaken. Dat is goed voor zijn mondspieren. Verder ga je gewoon door met de kleine oefenhapjes. Prak ze iets minder fijn.

Broodbeleg

Je kunt een klein stukje brood besmeren met margarine. Je hoeft nog niet meteen beleg te geven, maar het kan wel. Geef dan bijvoorbeeld jam, appelstroop, kwark of vruchtenmoes.

Vanaf 8 tot 10 maanden

Vanaf 8 tot 10 maanden kun je je kind minder melkvoeding geven en meer vaste voeding. Je kind gaat nu echt maaltijden eten. Dus je gaat melkvoedingen vervangen.

Warme maaltijd

Een voorbeeld van een maaltijd is een groentehapje met aardappel, rijst en een beetje vlees of vis. Kook, bak of stoof het wel goed gaar. Prak het hapje met een vork.

Voeg aan de maaltijd eventueel een theelepel olie of een klontje zachte margarine toe. Onverzadigde vetten zijn goed voor je kind en het maakt het eten ook wat smakelijker. Het is beter om geen zout aan het eten van je baby toe te voegen, omdat de nieren van kinderen jonger dan 1,5 jaar nog niet zo goed werken.

Misschien lust je kind ook een toetje, bijvoorbeeld een beetje magere yoghurt. Maar je kunt ook borstvoeding geven als toetje of als besluit van de dag.

Tussendoortjes

Het is beter om je kind tussendoor niet te veel te laten eten. Hij moet immers genoeg eetlust overhouden voor de maaltijden. Je kunt het beste op een vast moment iets tussendoor geven. Je kind leert dat het alleen op die tijden iets krijgt. Gezonde tussendoortjes zijn bijvoorbeeld: fruit, een soepstengel, rozijntjes, kleine tomaatjes, een wortel of stukjes komkommer.